Een ommetje door het oude Hoek – 1

Jaaps Hoekje

In de vorige LosVast vertelde ik u over hoe de buurt Hoek aan zijn naam is gekomen. Ik neem u nu even mee door de oude buurt en start dan op de hoek van de Voorstreek en Amelandsstraat bij -wat architectuur betreft- een van de mooiste gebouwen van Leeuwarden: de Centraal Apotheek, in Art Nouveau/Jugendstil gebouwd in 1905 en afkomstig van de tekentafel van architect Broekema uit Kampen.

Sta er eens bij stil en bewonder dan ook het bijzondere houtsnijwerk van de raamkozijnen, de natuurstenen ornamenten en de gietijzeren balkonnetjes. Allemaal in dezelfde herkenbare sierlijke stijl. Kijk ook eens omhoog, naar het imposante tegeltableau met daarop de Griekse godin van de gezondheid Hygieia, met in de rechterhand de medicijnbeker. Rond haar linkerhand kronkelt de slang van Ascepius. De opdrachtgever voor de bouw was een apotheker; sindsdien is het pand altijd in gebruik geweest als apotheek, tot op de dag van vandaag. Dat kunnen we niet van veel panden in de stad zeggen….

Op de andere hoek van de Amelandsstraat vonden we ooit de ‘Elecr. Vleeschwarenfabriek’ van J. van der Weide, terwijl in de panden oostelijk van het Amelandhuis bekende winkeliers als Dirk de Vries (herenmode), Braams (radio/t.v.) en Willy Bleeker (de fotograaf) hun dagelijks brood verdienden.

Even voorbij de ‘Roomse toren’, zoals de Sint Bonifatiustoren vaak werd genoemd zaten o.a. de klein-textielwinkel van Keyzer en de winkel van Piet Pruis, de fietshandelaar met zijn eigen merk PVL. Volgens het ‘fietsembleem’ betekende die afkorting ‘Parel van Leeuwarden, maar velen kenden het ook als Pruis-Voorstreek-Leeuwarden.

Zo nu en dan passeren we smalle steegjes, die vroeger gebruikt werden om de achterliggende schamele woninkjes -in de zogenaamde ‘achterbuurten’- te bereiken, maar die tegenwoordig nauwelijks nog een functie hebben. De steeg naast de vroegere toonzaal van grafstenen en -monumenten van Dirk Arends heet de Loodgieterssteeg. Drie keer raden wie daar vroeger woonde.

Tussen de vroegere bakker Smits en Spar-kruidenier Jaarsma (ook in ‘vleeschwaren’) bevindt zich de Wijdesteeg (nou, wijd?). In de oude bakkerij zit al jaren Ely’s Snackservice, ooit beroemd als snackbar ‘De Goudster’. In de Wijdesteeg van nu valt weinig meer te beleven. Links achter een hekwerk ontdekken we de ‘onzalige achtertuin’ van de oude Sint Catharinakerk. Later was dat de plek van ‘De Stins’, waar we ons als kinderen op vrije middagen konden vermaken met spelletjes en tafeltennis.

Vroeger zat er in de Wijdesteeg ook een heuse vuurwerkfabriek. Ene heer Schuurmans zag daar brood in en hoefde zich voor de vervaardiging ervan nauwelijks aan enige wet te houden. Een zware ontploffing in 1913 en nieuwe wetgeving zorgden ervoor dat de fabricage van deze gevaarlijke ‘handel’ werd verplaatst naar een braakliggend terrein aan het eind van de Harlingertrekweg, aan buitenkant van het Leeuwarden-van-toen.

In de Wijdesteeg zat ook de bekende firma Adema, later Okkema, die handkarren en bakfietsen verhuurde. Later werd die ruimte gebruikt voor de stalling van het Leeuwarder draaiorgel de Gouwe. Op het iets bredere deel van de steeg veranderde de naam in Hoeksterkerkhof (naar de begraafplaats die achter de Catharinakerk lag). Daar vonden we ook het Rusthuis der Gereformeerde Kerk, de voorloper van het Nieuwe Hoek.

Het adresboek van 1948 vermeldt op nummer 16 de naam van de heer D. Kasse, als vader van het Rusthuis. Tweeëndertig bewoners bevolkten het rusthuis, dat zijdelings voor een deel grensde aan het Hoeksterachterom, een straat met een wel heel bijzondere naam, maar een naam die ook verklaarbaar is.

Daarvoor moeten we eerst naar het Hoeksterpad, dat ontstond na het dempen van het water van de Hoeksterpoortsdwinger en de afgraving van de vestingwal rond 1845. Dat gebied heette ook wel ‘Achter de Gasfabriek’. Een deel van het Hoeksterpad had ook nog bebouwing aan de achterkant en dat heette dus simpelweg Hoeksterachterom. Het grote verschil in straatniveau zorgde ervoor dat er in twee woonlagen gebouwd werd.

De onderste woningen stonden aan het Hoeksterachterom, de bovenste aan het Hoeksterpad. Na de afgraving van de vestingwal konden die bewoners van het Hoeksterpad hun huizen niet meer binnenkomen. Vandaar dat ze er aan de buitenkant trappen voor hebben aangebracht. Zo konden de bewoners toch naar binnen. De hoge woningen met de trappen gaven hier wel een hele mooie en schilderachtige aanblik. En uniek in Leeuwarden. Echte Liwwadders praten -als ze over het Hoeksterpad hebben- nog steeds over de ‘trapkeswoninkjes’.

Volgende maand vervolgen we ons ommetje door Hoek.

Jaap de Groot